Nieuws
Onbelaste vrijwilligersvergoeding € 2.200 in 2026
Onbelaste vrijwilligersvergoeding € 2.200 in 2026
De onbelaste vrijwilligersvergoeding bedraagt in 2026 € 2.200. In 2025 en 2024 was dit nog € 2.100.
Vrijwilligersvergoeding
Is uw organisatie niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelastin of daarvan vrijgesteld? Of is uw organisatie een sportvereniging of sportstichting of een algemeen nut beogende instelling (ANBI)? Dan kunt u mogelijk een onbelaste vrijwilligersvergoeding toekennen aan uw vrijwilligers.
Voorwaarde is dat de vrijwilliger niet bij u in dienst is en de werkzaamheden niet uitvoert voor zijn beroep. Verder mag de vergoeding die de vrijwilliger krijgt niet in verhouding staan tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk dat de vrijwilliger voor uw organisatie doet.
Onbelaste vergoeding
De onbelaste vergoeding die u in 2026 aan een vrijwilliger mag geven is € 5,75 per uur met een maximum van € 220 per maand en € 2.200 per jaar. Is de vrijwilliger jonger dan 21 jaar, dan is de max..
Toch geen vakantiedagenopbouw tijdens slapend dienstverband?
Toch geen vakantiedagenopbouw tijdens slapend dienstverband?
De laatste tijd is er de nodige discussie over de vraag of er al dan niet vakantiedagen worden opgebouwd gedurende de periode dat de loonbetaling voor de arbeidsongeschikte werknemer is beëindigd, maar het dienstverband nog niet.
De kantonrechter in Arnhem oordeelde onlangs dat er ook sprake is van opbouw van vakantiedagen gedurende het slapende dienstverband, oftewel gedurende de periode dat er geen recht meer op loon bestaat. De kantonrechter in Groningen oordeelde echter recentelijk het tegenovergestelde.
Wat speelde er?
Een werknemer maakte onder verwijzing naar de eerdere uitspraak van de kantonrechter Arnhem aanspraak op betaling van vakantiedagen vanaf 104 weken arbeidsongeschiktheid, namelijk vanaf 8 november 2023 tot einde dienstverband op 30 april 2025. Het ging om een totaal van 238,35 niet genoten vakantie-uren. De werkgever ging hier niet in mee. Hij verwees naar de wet waarbi..
Geen invorderingsrente bij gering bedrag
Geen invorderingsrente bij gering bedrag
Is op grond van de wettelijke bepalingen invorderingsrente verschuldigd? Dan berekent de Belastingdienst toch geen invorderingsrente als het om een gering bedrag gaat. De hoogte van het maximale geringe bedrag waarvoor dit geldt is voor het eerst sinds 1990 verhoogd.
Bedrag verhoogt per 2026
Moet u op grond van de wettelijke bepalingen slechts een gering bedrag aan invorderingsrente betalen, dan wordt dat niet aan u in rekening gebracht. Sinds 1990 betreft dit een vast bedrag van maximaal € 23 (50 gulden voor de invoering van de euro). Dit bedrag is sinds die tijd niet verhoogd of geïndexeerd.
Met ingang van 1 januari 2026 is dit bedrag voor het eerst verhoogd naar € 49.
Let op! Vanaf nu zal het bedrag elke vijf jaar geïndexeerd worden.
Zou u daarom vanaf 1 januari 2026 invorderingsrente verschuldigd zijn tot maximaal € 49? Dan wordt dit niet aan u in rekening gebracht.
Invorderingsrente
U bent invordering..
Advieswijzer Gebruikelijk loon dga
Advieswijzer Gebruikelijk loon dga
Als u werkt voor uw eigen bv, bent u wettelijk verplicht om loon te ontvangen uit uw bv. Voor de hoogte van uw loon gelden regels, het loon moet namelijk gebruikelijk zijn. Wanneer een loon gebruikelijk is, is afhankelijk van verschillende factoren. Wij zetten de belangrijkste regels voor u op een rij.
Wie moet een gebruikelijk loon ontvangen?
De gebruikelijkloonregeling geldt voor iedereen:
die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap, én
die ook werkzaamheden verricht voor die vennootschap.
Grofweg heeft iemand een aanmerkelijk belang als diegene:
minimaal 5% van de aandelen bezit, en/of
het recht heeft om 5% van de aandelen te verwerven, en/of
winstbewijzen heeft die betrekking hebben op ten minste 5% van de jaarwinst of ten minste 5% van wat bij liquidatie wordt uitgekeerd.
Een dga heeft op grond van voorgaande regels een aanmerkelijk belang en zal daarom een gebruikelijk loon van de ..
Hoge Raad: belastingrente vennootschapsbelasting is te hoog
Hoge Raad: belastingrente vennootschapsbelasting is te hoog
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend wordt over een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) te hoog is. Dat geldt niet voor de belastingrente die berekend wordt over andere belastingen.
Belastingrente
Voor de vennootschapsbelasting (Vpb) en een aantal minder voorkomende belastingsoorten wordt een ander – hoger – percentage belastingrente berekend dan voor de overige belastingen. Het gaat om de volgende percentages aan te betalen belastingrente:
Periode
Vpb
Overige belastingen
1-1-2022 t/m. 30-06-2023
8%
4%
1-7-2023 t/m 31-12-2023
8%
6%
1-1-2024 t/m 31-12-2024
10%
7,5%
1-1-2025 t/m 31-12-2025
9%
6,5%
Vanaf 1-1-2026
7,5%
5%
Bij overige belastingen moet u denken aan bijvoorbeeld de inkomstenbelasting (IB), de loonbelasting (LB) en de omzetbelasting (OB).
Regels belastingrente Vpb buiten toepassing
De Hoge Raad heeft een oordeel uitges..
Bestuurlijke boetes overtreding registratieplicht UBO’s
Bestuurlijke boetes overtreding registratieplicht UBO’s
Het is wettelijk verplicht om de uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) van vennootschappen en andere juridische entiteiten te registreren in het UBO-register. Wat zijn de bestuurlijke boetes bij overtreding van deze wettelijke verplichting?
UBO
De UBO, Ultimate Beneficial Owner, is de uiteindelijk belanghebbende in een vennootschap of andere juridische entiteit. Het betreft de uiteindelijke eigenaren of de mensen die de uiteindelijke beslissingen nemen.
Het gaat onder meer om mensen die meer dan 25% van de aandelen hebben in een bv, of meer dan 25% eigenaar zijn in een vof of maatschap. Ook mensen die meer dan 25% stemrecht hebben bij een statutenwijziging van een stichting of vereniging zijn UBO.
Let op! Is er niemand met een belang van meer dan 25%, dan zijn de hogere leidinggevenden UBO’s. Denk aan de vennoten of bestuurders.
Register
Vennootschappen en andere juridische entiteiten zijn ver..
Het partnerpensioen in de Wet toekomst pensioenen (Wtp)
Het partnerpensioen in de Wet toekomst pensioenen (Wtp)
Een van de uitgangspunten van de Wtp is een toereikend pensioen voor alle werkenden. Hieronder valt ook het partnerpensioen, dat in de Wtp vereenvoudigd is.
Wie krijgt partnerpensioen?
Iedereen met een partner heeft onder de Wtp recht op een partnerpensioen. Dit geldt dus niet alleen voor gehuwden en geregistreerde partners, maar ook voor samenwonende partners. Deze laatste groep hoeft daartoe geen samenlevingscontract te hebben, maar kan na overlijden nog met een samenlevingsverklaring aantonen partner te zijn.
In de praktijk betekent dit dat voor iedereen op basis van een ‘huwelijks-/samenlevingsfrequentie’ een partnerpensioen wordt verzekerd. Dat is makkelijker dan steeds bijhouden wie wel, geen of niet meer een partner heeft. Vanaf 18 jaar komt een werknemer dus ook in aanmerking voor partnerpensioen.
Let op! Er geldt geen plicht om een partnerpensioen toe te zeggen.
Hoeveel mag het partn..
Advieswijzer Aandachtspunten werken met zelfstandigen
Advieswijzer Aandachtspunten werken met zelfstandigen
De laatste jaren zijn er steeds meer zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) bijgekomen. Het gaat hierbij om mensen die ofwel volledig als zelfstandige werken, ofwel dit combineren met een dienstverband in loondienst. Werkt u met zzp’ers of bent u een zzp’er? Wat is nu er wettelijk geregeld, waar moet en kunt u op letten en hoe wordt er gehandhaafd?
Voor een werkgever (ofwel opdrachtgever) is het van belang om na te gaan of er wel sprake is van echte zelfstandigheid of dat er sprake is van schijnzelfstandigheid. Een zzp’er die achteraf toch werknemer blijkt te zijn, kan voor de opdrachtgever namelijk flink in de papieren lopen.
Beoordeling arbeidsrelatie
In de jurisprudentie is invulling gegeven aan de vraag wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Ingevolge de wet (artikel 7:610 BW):
moet er sprake zijn van de bevoegdheid van de werkgever om aanwijzingen en instructies te geven (gezag..
Vanaf 1 juli 2026 € 3 vast douanerecht op invoer tot € 150
Vanaf 1 juli 2026 € 3 vast douanerecht op invoer tot € 150
Op invoer in de EU van kleine pakketten met een waarde tot € 150 wordt vanaf 1 juli 2026 een vast douanerecht van € 3 per product geheven.
Registratie in éénloketsysteem
Het vaste douanerecht van € 3 gaat gelden voor alle goederen die de EU binnenkomen als de verkopers van buiten de EU zijn geregistreerd in het éénloketsysteem voor invoer van de EU. In het éénlocketsysteem is 93% van alle e-commerce naar de EU geregistreerd.
De heffing gaat alleen gelden voor pakketten met een waarde tot € 150. Voor pakketten vanaf € 150 gelden nu namelijk al douanerechten.
Let op! Het vaste douanerecht gaat gelden per productgroep. Als een pakket drie verschillende producten bevat is vanaf 1 juli 2026 dus 3 keer € 3 vast douanerecht verschuldigd.
Tijdelijke oplossing
De heffing van € 3 douanerecht betreft een tijdelijke oplossing tot 2028. De Raad van de Europese Unie heeft namelijk in november 2025 al toe..
Overdrachtsbelasting: drie tarieven en hogere startersvrijstelling in 2026
Overdrachtsbelasting: drie tarieven en hogere startersvrijstelling in 2026
De overdrachtsbelasting kent vanaf 2026 drie in plaats van twee tarieven. Daarnaast is de startersvrijstelling verhoogd. Waar moet u rekening mee houden?
Woning voor eigen gebruik
In 2026 geldt bij de overdracht van een woning die een koper zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken, onder voorwaarden, een overdrachtsbelastingtarief van 2%. Dit is niet anders dan in 2025 toen hiervoor ook al het 2%-tarief gold.
Overige woningen
Wat wel gewijzigd is, is het tarief voor overige woningen. Verkrijgt u een woning die u niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken, dan gold daar in 2025 nog een overdrachtsbelastingtarief van 10,4%. Vanaf 2026 is dit tarief 8%.
Bij overige woningen moet u denken aan een vakantiewoning, een woning die u koopt voor een studerend kind of een woning die u verhuurt.
Overig onroerend goed
Voor de verkrijging van overig onroerend goed blijft het overdrachtsbelas..